Terug naar hoofdinhoud

Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Matteüs 10, 30.

Zondag 21 juni was het Vaderdag en tijdens mijn kerkdiensten in de gevangenis heb ik daar natuurlijk aandacht aan besteed. Het evangelie van die zondag sloot daar in mijn ogen heel goed bij aan. Want welke vader houdt er meer van zijn kinderen dan Onze Vader? Zoveel dat wij meer waard zijn dan een zwerm mussen! Welke vader kent ons beter dan Onze Vader?

Sterker nog, hij kent ons zo goed dat hij zelfs weet hoeveel haren we op ons hoofd hebben!

Ik kijk het stiltecentrum in en rechts vooraan zit hetzelfde groepje mannen als altijd. Zij zijn, Vaders, echtgenoten en zoons. Trouwe bezoekers van de kerkdiensten, zelfs in de warmte van afgelopen weekenden. Het duurt even alvorens ik de aandacht van de mannen heb maar als alle hoofden dezelfde kant op gericht zijn kunnen we beginnen. Ik vertel heel persoonlijk over hoe mijn relatie met mijn vader was en nu is. Ik vertel hoe de rollen zijn omgedraaid. Vroeger vond ik hem onredelijk en was ik koppig… nu is dat andersom. Hij is een zorg voor mij geworden.

In mijn ogen is dat hoe het gaat met vaders, maar ik weet ook heel goed dat dit niet vanzelfsprekend is. Er zijn kinderen die geen contact hebben met hun vader, er zijn kinderen die hun vader meer dan eens moeten missen en er zijn kinderen die niet eens weten wie hun vader is. Ik heb genoeg verhalen gehoord als pastor om te weten dat vaders niet altijd de zorgzame vader zijn geweest die ze misschien wel hadden willen zijn.

Tijdens de diensten klinkt er een aantal keer muziek. Ondanks het goddeloze geloof waar Stef Bos over zingt heb ik ervoor gekozen het lied ‘Papa’ te draaien na de eerste lezing. Het lied raakt mij keer op keer, maar niet alleen mij. Ik weet nu zeker dat ik tijdens deze dienst ook een vleugje humor moet toepassen, een lach brengt soms even rust in de onrust. Humor lucht op. Ongepland kwam de lach sneller dan gedacht…

Tijdens het lezen van het Evangelie zie ik in mijn ooghoek een van de mannen zijn buurman aanstoten en wel bij de volgende uitspraak: “Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld”. Ik moest snel wegkijken om niet ook in de lach te schieten.

Net voor mijn overweging heb ik de mannen nog eens aangekeken en beide waren nog niet uitgelachen. Ik moest nu ook lachen en de rest van de aanwezigen begrepen in eerste instantie niet waarom. In mijn overweging wilde ik uitleggen wat Jezus met de uitspraak bedoelde. Ik wilde nu misschien wel meer dan voor de lezing de mannen geruststellen en zeggen dat Jezus bedoelt dat Onze Vader ons door en door kent. Hij kent onze zorgen, verdriet en pijn en hij weet wat er in ons omgaat. Het hangt dus niet af van de hoeveelheid haar, hoeveel Hij met ons begaan is. Maar voor ik zover was en de uitspraak herhaalde om vervolgens de twee heren aan te kijken, riep de man die zijn buurman had aangestoten: “Hier was hij snel uitgeteld”.

Waarop ineens alle aanwezigen begrepen waarom we eerder zo moesten lachen.

RK justitiepastor Claudia.