Terug naar hoofdinhoud

God vinden in de stilte

Wie weleens een gevangenis binnenstapt, wordt direct overspoeld door een oorverdovende chaos: een constante kakofonie van blèrende televisies, harde stemmen en loeiende muziek. De rusteloosheid is voelbaar, en alertheid is noodzakelijk om te overleven.

In onze christelijke gebedsgroep is die spanning ook merkbaar. De mannen bidden om rust, om geduld en om vrede, maar ze geven toe dat het lastig is om Gods aanwezigheid in deze drukte te ervaren. Hoe kan ik hen helpen om zich terug te trekken in hun “binnenkamer” (Mt 6,6) en daar God persoonlijk te ontmoeten?

Aangemoedigd door het succes van Contemplative Outreach in Amerikaanse gevangenissen, en persoonlijk geïnspireerd door de karmelitische spiritualiteit, besluit ik om Centering Prayer met mijn gebedsgroep te proberen. Centering Prayer is een vorm van christelijke meditatie waarbij je je in stilte richt op Gods aanwezigheid. Het doel is om gedetineerden innerlijke rust te geven en hen meer emotionele vrijheid te laten ervaren. Dit helpt hen om beter om te gaan met stress, zowel tijdens als na hun detentie. Bij regelmatige beoefening schijnt het zelfs hun perspectief op het leven en op zichzelf ingrijpend te kunnen veranderen. We gaan het zien…

Op een dinsdag lopen de mannen, zoals elke week, vol energie het stiltecentrum binnen voor de gebedsgroep. Als de deur eindelijk dichtgaat, beginnen we met het aansteken van devotiekaarsjes. Daarna vraag ik iedereen om een “heilig woord” te kiezen. Dit is een kort woord van één of twee lettergrepen dat symbool staat voor de persoonlijke intentie om in te stemmen met Gods werking in het hart. Het kan hetgeen zijn waar men momenteel het meest naar verlangt: vrede, kracht, hoop, liefde, rust, of simpelweg God. Dat woord wordt een anker tijdens het gebed. Het doel is immers om de innerlijke storm van gedachten en emoties te bedaren tot een rustige zee. Zo kan men meer helderheid, een dieper vertrouwen en verbinding met alles wat is ervaren.

De mannen zijn er klaar voor; ze zoeken een comfortabele houding en sluiten hun ogen. Tijdens een korte visualisatieoefening laat ik hen in gedachten de trap afdalen: van de “controletoren” in hun hoofd, trede voor trede naar hun binnenkamer, diep in de kelder van hun hart, waar niemand anders ooit komt. Want dat is precies de plek waar alleen God komt, en waar je Hem kunt ontmoeten. Ik vraag hen om hun hoofd zo leeg mogelijk te maken en hun aandacht volledig te richten op die kamer waar God op hen wacht.

Wanneer ze merken dat ze worden afgeleid door gedachten, gevoelens, geluiden of lichamelijke sensaties, mogen ze zachtjes terugrijpen naar hun heilige woord. Dit woord is geen mantra die constant herhaald moet worden, maar een hulpmiddel dat wordt ingezet op het moment dat de gedachten beginnen af te dwalen. Uiteraard is het onmogelijk om de eerste keer het hoofd al volledig leeg te maken. Het doel is hier dan ook om te oefenen in het loslaten van gedachten, om zo Gods pure aanwezigheid te leren ervaren.

Na vijftien minuten gaan de ogen weer open en komen de eerste reacties: “Ik voel me zo rustig,” of juist: “Ik denk niet dat ik het goed heb gedaan, mijn gedachten bleven maar komen.” Volkomen begrijpelijk, want dit is wat de meeste beginners bij een contemplatief gebed ervaren. Het brengt weliswaar een zekere rust, maar desondanks blijft het een constante worsteling met de eigen gedachten.

Het mooiste geschenk van deze eerste keer kwam van Jim, die op zijn beurt verklaarde: “Ik voel me niet meer eenzaam.” Jim beweert niet God te hebben ontmoet of Zijn stem te hebben gehoord, maar hij heeft in die stilte wel een verbondenheid ervaren die hij nog niet kende. Daardoor weet hij nu dat hij, zelfs wanneer hij alleen is – nu op cel of straks op straat – zich nooit meer echt eenzaam hoeft te voelen. Dit is de kracht van de stilte en van de intieme omgang met God.

Rk Justitiepastor Geraldine