Levensverhaal

Ik merk vaak dat gedetineerden voor de verwerking van hun verdriet graag hun levensverhaal willen vertellen. Ze willen graag vertellen over de lessen die ze vanuit hun levensverhaal hebben geleerd, met de hoop dat anderen er iets mee kunnen. Jurendel zat zo vol van zijn eigen verhaal, en zat er eigenlijk ook zo in vast, dat hij hoopte ooit eens een boek erover te kunnen schrijven. We, Jurendel en ik, hebben dit jaar in ieder geval een eerste stap gezet door er een interview van te maken.

Ikenius Antuma was zo vriendelijk om dat interview af te nemen, te bewerken en ervoor te zorgen dat het in de bajesagenda van 2023 terecht is gekomen, op p.94. Jurendel is er ongelooflijk trots en blij mee. Hierbij zijn levensles, in de vorm van zijn verhaal.

Krop je woede niet op, maar praat! 

Jurendel vertelt: Ik ben eindelijk begonnen een boek over mijn leven te schrijven. Ik heb veel meegemaakt en veel dingen gedaan waar ik niet trots op ben. Maar niets gebeurt zonder reden. Ik hoop dat anderen zullen leren van mijn fouten.  

In 1987 ben ik geboren in een klein dorpje op Curaçao. Met familie woonde ik bij opa. Op mijn vijfde heb ik mijn vader pas voor het eerst gezien. Ik was toen superblij, maar hij leidde zijn eigen leven als playboy. Hij bleef weg. 

Toen ik 9 was, verhuisden we met de nieuwe vriend van mijn moeder naar een ander dorp. Eerst vond ik dat leuk, later kreeg ik heimwee. Toen we Adventisten tegenkwamen, begonnen we elke zaterdag naar hun kerk te gaan. Ik kreeg er veel bijbelkennis en zij hebben mij gedoopt.  

Mijn ‘stiefvader’ ging steeds minder naar de kerk, steeds meer de straat op. Hij mishandelde mijn moeder en mij, waardoor ik ging denken: bestaat God wel? Ik smeekte mijn moeder om bij haar vriend weg te gaan. Hij heeft mij een keer met een riem tegen de grond geslagen toen het hem niet lukte mij een rekensom uit te leggen. De gesp brak mijn vinger. Toch bleef mijn moeder bij hem. Ik begon toen mijn eigen leven te leiden, op straat. Want waarom zou ik naar mijn moeder luisteren, als zij niet naar mij luisterde? Ik deed alsof ik ziek was en en terwijl zij naar de kerk waren, ging ik met mijn vriendjes voetballen. Op straat zag ik dingen die een kind niet hoort te zien. Toen ik 11 was, blowde ik al.  

Mijn stiefvader werd werkloos en besloot drugs smokkelen voor meer inkomen. Tot zijn ongeluk, maar tot mijn geluk werd hij in Nederland opgepakt. Toen was ik de man in huis en voelde me volwassen door alles wat ik had meegemaakt. Mijn moeder kon me niet meer aan.  

In 2001 verhuisde ik met een nicht mee naar Nederland. De eerste jaren ging ik niet naar school, omdat het op school altijd vechten was geweest en ik rust wilde. 

Levensverhaal Jurendel F. spread vervolg

Mijn nicht verdiende geld met drugs. Ik ging eens met haar mee als bolletjesslikker en verdiende zo snel veel geld. Maar het was ook supersnel op, omdat ik de waarde van geld niet kende. Een paar weken later vertrok mijn nicht zonder mij. Met berovingen en inbraken kwam ik toen aan geld. Ik deed dat samen met ‘foute vrienden’ - zij wisten net als ik niet beter.  

Een tante van een vriend ontdekte dat ik alleen woonde en werd mijn pleegmoeder. Ik ben haar nog altijd dankbaar. Ze was gelovig en daardoor dacht ik weer: God bestaat. Maar haar huisregels waren te mild voor mij. Uit school ging ik de straat op en deed mijn stoute dingetjes. Soms gaf ik gestolen geld aan mijn pleegmoeder, omdat ze weinig had. 

Toen ik 16 was, kreeg ik ruzie met iemand uit onze roversbende. Hij beschoot me en dat heeft me bijna mijn bovenbeen gekost. In het ziekenhuis moest ik me maandenlang laten verzorgen. Ik was boos op de hele wereld én op God. Alles wat ik van Hem wist was gewist.  

We verhuisden naar Leeuwarden. Daar ging het snel weer fout. Maar ik kreeg een vriendin, toen ze zwanger was van een ander. Haar zoon werd mijn zoon. We hebben daarna drie dochters gekregen. Met hen heb ik contact, met mijn vriendin niet meer. En mijn zoon is boos op me, omdat ik er nooit was. Ik ga hem binnenkort vertellen dat hij niet mijn echte zoon is, want hij heeft recht dat te weten. Hij moet ook weten dat hij nooit vrouwen mag slaan. Als ik mijn verslaafde vriendin wegsleepte van plekken waar geen vrouw thuishoort, heb ik haar soms, uit onmacht en onbegrip, geslagen. Dat spijt me. Ik begrijp nu dat ik haar niet goed heb geholpen.  

Vaak zit ik voor wapenbezit. Wapens geven me een veilig gevoel. Dat is een gevolg van mijn trauma. Maar ik geef mijn verleden niet alle schuld. Ik ben volwassen en besef mijn fouten. Ik besef ook: hoeveel je ook gedaan hebt, God bestaat. 

R.k justitiepastor Ron

 

Copyright © 2022 Justitiepastoraat - Alle rechten voorbehouden