Terug naar hoofdinhoud

Met een musje en een rat op de berg

In het gevangenispastoraat komen levensverhalen dichtbij. Achter de muren van een penitentiaire inrichting gaat het niet alleen over schuld en straf, maar ook over verlies, verlangen, schaamte, hoop en eenzaamheid. Juist die eenzaamheid kan diep ingrijpen in een mensenleven.

Het verhaal van “John” laat zien hoe groot dat gemis kan zijn, en tegelijk hoe een klein teken van nabijheid onverwacht veel kan betekenen.

John vertelde mij dat hij nog nooit echt zijn eigen verjaardag had gevierd. Rond die dag van het jaar werd hij meestal somber. Dan deed hij vaak iets bijzonders, alsof hij zelf een antwoord probeerde te vinden op de vraag wat zijn leven waard was. Een keer fietste hij 160 kilometer om vervolgens in zijn eentje te picknicken. Een paar jaar geleden besloot hij op zijn verjaardag een berg te beklimmen. In zijn tas zat een pak Oreo’s, zijn favoriete koekjes. Boven aangekomen zocht hij een rustig plekje. Daar zat hij, met uitzicht om zich heen, met zijn koekjes in de hand. In stilte feliciteerde hij zichzelf.

Toen gebeurde er iets dat hem altijd is bijgebleven. Er kwam een musje naast hem zitten. Even later stak een rat zijn kop uit een holletje, alsof hij wilde zien of er misschien iets lekkers te halen viel. Zo vierde John zijn 35e verjaardag samen met een mus en een rat. Op het moment dat hij zijn verhaal vertelde, greep vooral zijn intense eenzaamheid en verlatenheid mij aan.

John vertelde ook dat hij daar op die berg iets van Gods aanwezigheid had ervaren. Hij had op christelijke scholen gezeten en christelijke leraren gehad die hem hadden verteld over een God die hem ziet en kent. Op die verjaardag leek het even alsof die woorden waar werden op een manier die hij kon voelen: in de stilte, in het uitzicht, in de vreemde kleine gemeenschap van een musje, een rat en een man met een pak koekjes. Toch kreeg later de eenzaamheid opnieuw de overhand in zijn gedachten. Hij pleegde opnieuw een misdrijf, het zoveelste, en daarvoor zit hij nu vast.

Zijn vraag aan mij was indringend en eenvoudig: hoe zorgt hij ervoor dat zijn eenzaamheid zijn leven niet zo beheerst? Daarop is geen snel of gemakkelijk antwoord. Geen huidige of toekomstige relatie met een ander mens kan het diepste tekort in een mensenhart zomaar wegnemen. In het pastoraat zoeken we daarom ook naar een diepere bedding. John weet inmiddels dat hij God nodig heeft. Hij weet ook iets van de weg waarop hij God mag zoeken en vinden. Misschien is dat niet klein, maar juist het grootste waarop een mens mag hopen: dat hij in zijn verlatenheid niet uit Gods oog verdwenen is. En dat er soms, heel even, een knipoog van God kan zijn — in de aanwezigheid van een musje, een rat, of een onverwacht moment van genade.

Justitiepredikant Jandouwe