Terug naar hoofdinhoud

Neem je kruis op

Afgelopen augustus ging het in de kerkdienst op mijn werk over je kruis op je nemen. Hier spoort Jezus zijn leerlingen toe aan, aan de vooravond van de weg die zal leiden tot zijn kruisiging (Mattheus 16: 24). Ik preekte voor de aanwezige mannen dat de keuze je kruis te dragen niet betekent dat je lijden verheerlijkt,

jezelf naar beneden haalt. Jezus zocht het lijden niet op. Hij ging het alleen niet uit de weg. Je kruis opnemen is geen beeld van passiviteit, maar van de hoogste activiteit. Voor Jezus was het de consequentie van zijn levenskeuze om de liefde van God overeind te houden, tot op het bittere einde en daar aan voorbij. Je kruis opnemen betekent: de verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van je keuzes.

In diezelfde toespraak roept Jezus zijn leerlingen op jezelf te verloochenen. Ik hield de mannen weer voor dat hier niet mee bedoeld is jezelf naar beneden te halen, klein te maken. Bedoeld is de blik niet te veel op jezelf te richten, maar je te verbinden, te engageren met de ander.
Ik zag aan de ogen en houding van de mannen dat het hun allemaal nog wat te abstract in de oren klonk. Totdat ik de naam van Peter Faber noemde. De acteur die twee weken daarvoor overleden was. Ze veerden op toen ik vertelde over zijn jeugd in Amsterdam Noord. Hoe het thuis en op school geen veilige situatie was. Hoe hij eindeloos op straat rondzwierf en kattenkwaad uithaalde. Hij was de Ciske de rat waarvan later in de bekende film hij de vader speelde. Een leraar beet hem toe: ‘Faber, je bent niets, je kan niets en je zult nooit wat worden.’ Peter liep weg van school met het plan als verstekeling aan boord te gaan van een schip dat naar Brazilië zou varen. Totdat de kapper tijdens een knipbeurt hem wees op een advertentie van een theatergezelschap in Amsterdam Noord dat nieuw talent zocht. En zo begon zijn lange en kleurrijke carrière als acteur en theatermaker.

Faber had ook een stichting die workshops gaf aan risicojongeren en gedetineerden. De workshops hadden als insteek niet alleen te kijken naar wat iemand heeft gedaan, maar wat iemand nog kan. In puinhopen op zoek gaan naar creatieve energie. Faber wilde anderen graag aansteken met zijn levensmotto. Dat motto was een omdraaiing van wat hem als jongen toegebeten was. Ik hoefde het tijdens de kerkdienst niet eens te noemen. Dat werd gedaan door twee mannen die hem persoonlijk hadden leren kennen tijdens zijn workshops. Er verscheen een dikke glimlach op hun gezicht toen ze riepen: ‘ik wil het, ik kan het, ik doe het nu!’
Aan het eind van de dienst wees ik op de engelen die Jezus ook noemt in zijn aansporing van zijn leerlingen hem te volgen (Mattheus 16: 27). Hoe een ieder een engel, engelen op zijn pad gegund is, die zien wat je kan. Die je helpen je kruis te dragen als bron van kracht en geloof in plaats van eronder gebukt te gaan. En hoe Peter Faber zo’n engel was. ‘En de kapper’ riep één van de mannen.

Justitiedominee Maartje