Samen verschillend vasten in de bajes

“Pastor, klopt het dat jullie ook aan vasten doen?” vraagt een moslim-gedetineerde. Hij hoorde tijdens het luchten over een uitdaging van christelijke medegedetineerden. Dat zij proberen de veertigdagen voorafgaand aan Pasen zich te onthouden van datgene waar zij het minst goed zonder kunnen.

Spontane gesprekken over interreligieuze verschillen en overeenkomsten in vasten ontstaan wanneer ik een jongeman bezoek die met een groepje van zijn afdeling in de bibliotheek zit. Een christelijke gedetineerde vertelt dat hij als onderdeel van zijn vasten probeert te minderen met televisie kijken en de daarbij vaste gewoonte van gedachteloos snacken. Dat ‘innemen’ van eten en zoet drinken is een dagelijkse verleiding waartegen hij zich nu bewust verzet zoals Jezus zich veertigdagen tegen de duivel verzette in de woestijn.

De tijdsbesparing die hij met zijn minder televisie kijken creeert besteedt hij aan schrijven en lezen. Hij gebruikt de vastentijd als periode van nadenken over waar hij mee bezig is en wat wezenlijk van belang is in zijn leven. Confronterend. Want ineens komen veel meer gevoelens bewust en ongefilterd binnen. Hij is meer in de Psalmen en de profeten uit de Bijbel gaan lezen en hij maakt meer tijd voor zijn gebeden.

Een aanwezige moslim haakt in op vasten als tijd van lezen in de heilige boeken. Hij vertelt hoe hij tijdens de dertigdagen van de ramadan de hele Koran leest van kaft tot kaft. En hoe dit dus een periode van reflectie en bezinning is. Van bewuster leven en je oefenen in geduld – een niet onbelangrijke deugd binnen de gevangenis.

De bewustwording zit hem ook heel praktisch in het gevoel van honger en dorst hebben door het duidelijke niet eten en drinken tussen zonsopgang en zonsondergang. De aanwezigen beamen dat dit echt een verschil is met het christelijke vasten waarin deze laatste groep veel meer zelf kiest hoe ze aan onthouding doen. Christenen vasten minder streng, daar is men het over eens.

“Je beseft door het vasten dat voldoende eten hebben niet vanzelfsprekend is. Door te vasten kan ik me meer inleven in arme mensen”, vertelt een enthousiaste aanwezige.

Op dit punt van het inleven en solidair zijn met armen vinden christenen en moslims elkaar in de gevangenis, zoveel wordt duidelijk. In beide tradities is het omzien naar de armen belangrijk. Bij de moslims is het onderdeel van de vijf zuilen van de islam. Bij christenen is het een belangrijke kern van het geloof.

Gedetineerden geven expliciet aan het belangrijk te vinden wat terug te kunnen doen voor de samenleving – daar waar zij haar schade berokkend hebben met hun delict. Het is een daad van solidariteit en betrokkenheid tonen aan de armen.

Je hebt er niet veel creativiteit voor nodig om het ook te zien als een uitdrukking van verlangen om (opnieuw) deelgenoot te zijn van de samenleving – ook al bevind je je als delinquent vaak letterlijk en figuurlijk aan de marge van die maatschappij. Iets kunnen geven en doen voor anderen draagt bij aan het gevoel van waardigheid en herstel. Dat je er (nog) toe doet en er mag zijn als mens.

Rk. Justitiepastor Geert

 

 

 

Copyright © 2022 Justitiepastoraat - Alle rechten voorbehouden