Terug naar hoofdinhoud

Smaakmaker

De geur van kruidig eten prikkelt mijn neus. Ik loop in de gang.  Mijn blik valt op de keuken. Er wordt gezwaaid naar me: “Kom, eet je mee?”

Ik loop naar haar toe en schud mijn hoofd. “Nee, dank je. Ik heb net gegeten.” Het is een beleefde reflex. Ik voel mij bezwaard om eten aan te nemen.

Wij maken een praatje. Ik merk hoe de woorden langs de ander heenglijden. Onder de woorden voel ik iets anders. Dan klinkt het opnieuw: “Proef eens. Kom, ga even zitten.” Iets in de uitnodiging is anders. Alsof het niet om het eten gaat.

Ik ga aan tafel zitten. Zij pakt een bord en een bestek voor mij. De tafel wordt gedekt met een glimlach. Het eten wordt op haar en mijn bord geschept.

“Ik ben blij dat je aanschuift. Eerlijk, het eten smaakt mij al een tijd niet meer.” Een korte zin, maar hij draagt gewicht. Van gemis. Van omstandigheden die je niet kiest. Van dagen die op elkaar lijken. Van leven dat zijn kleur verliest.

Soms raakt het leven zo. Door verlies, door zorgen, door opgesloten te zitten in wat je niet kunt veranderen. Je doet wat moet. Je eet, je slaapt, je gaat door. Je probeert je staande te houden, maar gaat gebukt onder het leven. En de smaak… die is weg. 

Het doet mij denken aan het verhaal van de Emmaüsgangers. Twee mensen onderweg, weg van wat ooit hoop gaf. Ze praten, ze herhalen, ze proberen te begrijpen wat er gebeurd is. Maar onder hun woorden ligt dezelfde leegte: het leven smaakt niet meer.

En dan komt er Iemand naast hen lopen. Alleen aanwezigheid. Meelopen. Luisteren. Vragen stellen. Tot ze aankomen bij een huis.

“Blijf bij ons,” zeggen ze. En Hij blijft. Hij gaat aan tafel. Hij neemt het brood, breekt het, deelt het.

En juist daar gebeurt het. In dat eenvoudige gebaar gaat er iets open wat gesloten was. Hun ogen. Hun hart. De smaak van het leven keert terug.

Wij bidden samen. Wij nemen allebei een hap. Ik kijk naar haar. En zie hoe er iets verandert in haar gezicht. Heel klein, maar zichtbaar. Alsof er, midden in alles wat zwaar is, toch iets doorbreekt. Zij zucht. “Het eten is heerlijk, toch?” Ik knik en dank haar. Samen eten wij verder met smaak.

Rk. Justitiepastor Viona

 

Bron foto: canva