Skip to main content

’t Scheepken onder Jezus’ hoede,

’t Scheepken onder Jezus’ hoede, Met zijn kruisvlag hoog in top, Neemt, als arke der verlossing,
Allen, die in nood zijn, op. 

Dit lied werd in de kerk van mijn jeugd veel gezongen. Het is een ernstige tekst maar in de bundel waar het uit voortkomt, Johannes de Heer,  staat dat het ‘opgewekt’ moet worden gezongen. De toonsoort, Majeur, draagt bij aan deze opvatting. Tegelijk gaat het om ernstige zaken, immers ‘allen die in nood zijn’ moet een plek worden geboden in de ‘arke der verlossing’. In het werk als justitiepredikant weet ik er alles van. Ook in de gevangenis meert het schip der kerk aan. Als justitiepredikant moeten we daarbij vaak alleen de koers bepalen, zonder hulp van een kerkenraad of ambtsdragers die het roer kunnen overnemen. Dikwijls is dat geen probleem, ik verricht mijn werk doorgaans met opgewekte moed, de toonsoort Majeur past we bij me. Met werkdagen in rustig vaarwater klinkt er hier binnen de muren iets door van het couplet dat schrijft:

‘Zonne, bied dat scheepj’ uw glanzen, Koeltje, stuwt het zacht vooruit; Golven, steunt gebed en psalmzang, Met uw zilv’ren maatgeluid’.

Binnen de muren van een strafinrichting kan de barometer echter snel omslaan, en op die momenten voel ik me ook wel eens alleen op mijn scheepke. Gelukkig is er vanuit mijn zendende kerk, de protestantse kerk in Nederland (PKN), oprechte belangstelling en zorg voor onze positie. Zo werd ik kortgeleden uitgenodigd voor een lezing over mijn werk in de classis Groningen/ Drenthe van de PKN. Het aardige is dat dit woord classis ook met de scheepvaart te maken heeft, het betekent namelijk ‘vloot’. De kerken uit een kerkprovincie bundelen op die manier hun krachten. Het drukt uit dat je nooit alleen vaart over de zeeën van de (onder)wereld. Ik mocht er mijn verhaal doen en ik heb daarin benadrukt dat ik de laatste jaren veel erkenning en aandacht voel voor ons werk als justitiepredikanten.

De landelijke synode heeft tegenwoordig afgevaardigden die het werk van de geestelijk verzorgers in de wereld van de zorg, defensie, justitie, politie en brandweer vertegenwoordigen en behartigen. Daarnaast zijn er stafmedewerkers aangetrokken op het kerkelijk hoofdkantoor te Utrecht die beleidsdocumenten schrijven en ons informeren over lopende zaken. Maar die avond in de classis stond ik voor een groep die voor mij en mijn collega’s nog dichterbij komt: individuele kerkleden die met Pasen massaal kaartjes schrijven voor de Paasgroetenactie, vrijwilligers die de lokale kerkgang verbinden met trouw bezoek aan kerkdiensten in gevangenissen en Tbs-klinieken, kerkleden die kleding en schoenen doneren aan arrestanten die zo van de straat zijn geplukt. Ik werd me er die avond in de classis weer van bewust hoezeer er met ons werk wordt meegeleefd en dat ontroerde me.

De afgelopen week ontving ik een mail van de werkgroep justitiepastoraat van de PKN. Een lid hiervan wilde een afspraak maken voor de jaarlijkse ontmoeting met mijn protestantse collega en mij. Als je dit alles in ogenschouw neemt dan is er veel reden tot dank. Het motiveert me om mijn werk opgewekt, in Majeur, voort te zetten, het geeft kracht om in het schip der kerk ruimte te maken om ‘allen die in nood zijn’ aan boord te nemen. Dit motiveert me om af en toe in de gevangenis het slotcouplet in te zetten van dit beroemde lied over dat Scheepke: ‘Dies klinkt als Psalm tot God omhoog, Ons vrolijk dankakkoord: Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord En ’t veilig strand voor oog’.

Justitiepredikant Theunis, PI Veenhuizen en TBS-kliniek Mesdag te Groningen.